Het gevecht

Het gevecht

Het gevecht 1400 630 Untire

Met veel dank aan Kirsten voor het delen van haar verhaal.

Acht weken na de bevalling van mijn dochter Fleur was ik nog steeds niet hersteld. Er volgde een uitgebreid bloedonderzoek. Nog diezelfde middag had ik vier gemiste oproepen van de huisarts. Ik werd meteen doorgestuurd naar de Eerste Hulp. Binnen het uur werd er gesproken over een opname, beenmergpunctie en het stoppen met borstvoeding. Het bloedonderzoek wees in een bepaalde richting..

Het bleek inderdaad foute boel te zijn. De volgende ochtend werd mijn grootste nachtmerrie werkelijkheid: ik had Acute Lymfatische Leukemie. Overlevingskansen 30-40%. BAM! Daar zit je dan als kersverse moeder, 32 jaar oud, vol met ambities en dromen. Ga ik dood? Zal ik mijn dochter zien opgroeien? Vanaf moment één besloot ik dat ik bij de overlevers hoor. “Fleur, mama gaat voor jou en papa vechten! Hard, héél hard!”

Uiteindelijk ben ik dik 2,5 jaar behandeld met chemotherapie en een veelvoud aan andere medicijnen. Medicatie met de daarbij horende bijwerkingen. Waaronder vermoeidheid. Zowel lichamelijke als mentale vermoeidheid. Zeker het eerste half jaar was zwaar. Spieren werden door de prednison compleet afgebroken. Traplopen of mijn eigen onderbroek aantrekken lukte niet meer.

Zelfs mijn eigen dochter kon ik niet verzorgen. We hebben daarom mantelzorgers in huis gehad om voor ons gezin te zorgen. Ook tv-kijken of gesprekken volgen waren in het begin moeilijk of simpelweg onmogelijk qua concentratie. Soms had ik het gevoel dat ik onderdeel was van de tv-serie ‘De Snorkels’, met een vissenkom op mijn hoofd.

 Om mijn lichamelijke conditie op peil te houden ben ik vrij snel na mijn diagnose gestart met 1-op-1 begeleiding bij een fysiotherapeut. Fietsen op de hometrainer, 10 minuten buiten lopen en dit minuut voor minuut weer opbouwen. Ook kreeg ik spieroefeningen om mijn spieren soepel en op lengte te houden. Uiteindelijk liep ik dagelijks twee rondjes van 20 minuten, ook op de slechte dagen. Voor mijn conditie én om botontkalking te voorkomen.

 En zo tuffelde ik vanuit huis de straat af richting het gouvernementsgebouw. Het was een tijd geleden dat ik deze straat af was gewandeld. En zo zag ik dat ik nu mijn oude, vertrouwde bushokje voorbij kon lopen. Een intern geluksmomentje! Het volgende bushokje komt zelfs al in zicht. Jaa! “Hallo bushokje, wat fijn om je een keer van dichtbij te zien. We hebben lang op afstand met elkaar geflirt, gekeken en gezwaaid, maar je bleef zo ver weg.” Ik heb zelfs tijd over om nóg iets verder te lopen. En zo flirt, kijk en zwaai ik naar het volgende bushokje: “Met jou kom ik over een tijdje kennismaken!”

Na een tijdje werd de intensiteit van de medicijnen iets minder en ging het opbouwen ook makkelijker. Ik startte bij een revalidatiecentrum. Twee keer per week intensiever trainen, zowel op conditie als op kracht. Daarnaast had ik gesprekken met een ergotherapeut. Samen hebben we mijn dagelijkse activiteiten in kaart gebracht en hieraan punten gegeven. Op basis daarvan kon ik dagelijks bepalen (afhankelijk van mijn energieniveau) welke activiteiten ik wél en níet kon doen. Dit om mijzelf enerzijds doelen te stellen, maar anderzijds ook om te voorkomen dat ik te veel over mijn eigen grenzen zou gaan. Dit heeft goed geholpen.

Om mijzelf mentaal te blijven prikkelen ben ik mijn wereld ook steeds groter gaan maken. Een kopje thee drinken in de stad in plaats van bij iemand thuis. Weer een keer zelf gaan shoppen in plaats van online bestellen. Soms was ik gesloopt, maar tegelijkertijd ben ik mijn grenzen op blijven zoeken om sterker te worden. Zowel lichamelijk als geestelijk.

 Sinds een half jaar ben ik klaar met mijn behandeling. Lichamelijk gaat het goed. Het verschil in mentale vermoeidheid is ook goed te merken, ondanks dat het langzaam gaat. Ik heb dagen dat ik nog steeds ‘s middags naar bed ga om te slapen. Andere dagen heb ik meer energie. Toch merk ik ook nu nog dat het een delicaat evenwicht is. Er hoeft maar een keer iets anders te lopen en ik loop meteen weer tegen een muur van vermoeidheid aan. Het gevecht is dus nog niet voorbij, maar opgeven? Dat nooit. Ik ben en blijf een overlever.

Kirsten