Zijn of niet zijn

Zijn of niet zijn

Zijn of niet zijn 1400 630 Untire

Het verhaal van Bram Kuiper.

In 1985, slechts een jaar na de diagnose pancreaskanker, overleed mijn vader op 63-jarige leeftijd. Als arts wist hij al vanaf de diagnose dat hij niet zou overleven. Mijn moeder, twee zussen, twee broers en ik omringden hem met alle aandacht, liefde en steun die hij nodig had. Mijn vader hield altijd een dagboek bij en in één van zijn aantekeningen schreef hij dat zijn ziekte voelde als een verblijf in het buitenland. Dat gevoel kende hij omdat hij vele jaren in het buitenland werkte als tropenarts. Ik was 29 jaar oud en werkte als klinisch psycholoog. Het was mijn eerste serieuze ervaring met kanker en voor mij voelde het ook als tijd doorbrengen in het buitenland. Maar in dat jaar werd het steeds meer vertrouwd, hoe somber de toekomst ook leek te zijn.

Twee jaar later, in 1987, begon ik als psycholoog aan de Vrije Universiteit Medisch Centrum in Amsterdam. Dat ik naast mijn andere taken ook op de afdeling oncologie zou gaan werken, was vanzelfsprekend. Ik verzorgde kankerpatiënten, hun familie en vrienden, met verschillende soorten kanker, jong en oud, met goede en slechte prognoses, zowel binnen de kliniek als in de polikliniek. Het voelde allemaal heel vertrouwd aan. Later, in 2000, werd ik CEO van het Helen Dowling Instituut, een fantastisch en gerenommeerd psycho-oncologisch centrum in Nederland. Tot 2012 combineerde ik mijn baan als CEO met mijn werk als psycholoog.

De afgelopen 30 jaar heb ik de enorme impact van kanker op het fysieke, emotionele en sociale leven van patiënten en hun dierbaren vanuit verschillende perspectieven gezien: als kind, broer, partner, vriend, collega en psycholoog. Wat heb ik geleerd?

Ik ben tot het besef gekomen dat de essentie van oncologie draait om de kwestie van ‘zijn’ of ‘niet zijn’. Dit geldt letterlijk en figuurlijk voor iedereen die met kanker te maken heeft.

Eerst geldt het voor mensen bij wie de diagnose kanker is gesteld. Vroeg of laat zullen ze zich afvragen: ‘Hoe lang moet ik nog leven? Hoe lang ben ik hier? Letterlijk, ‘zijn’, leven, want ‘niet zijn’ betekent het einde, de dood. Het gaat allemaal om de hoeveelheid leven. Zelfs als de prognose ‘redelijk’ tot ‘goed’ is. En als je nog tijd hebt om te leven, hoe kort dat ook moge zijn, komt er vroeg of laat een tweede vraag naar voren – over de kwaliteit van het leven. Hoe wil ik leven? Hoe wil ik ‘zijn’ zolang ik hier nog steeds ben?’ ‘Wat wil ik nog wel (of niet) doen’, daar gaat het allemaal om. Als ze eenmaal met kanker worden geconfronteerd, evalueren mensen hun verlangens en beperkingen opnieuw. Figuratief betekent ‘niet zijn’ de afwezigheid van kwaliteit van leven. Mensen met kanker willen ‘zijn’, zowel letterlijk als figuurlijk.

Ten tweede geldt het voor iedereen die in de oncologie werkt. Zijn’, of ‘niet zijn’. Letterlijk betekent het dat je fysiek genoeg aanwezig moet zijn en ook de best mogelijke zorg moet bieden. Dat is het minste wat je kunt doen. Tegelijkertijd moet je ook figuurlijk aanwezig zijn, waarmee ik bedoel dat zorgverleners ‘attent beschikbaar’ moeten zijn voor patiënten die vertrouwen hebben in hun zorg. Mensen met kanker maken een existentiële crisis door en voelen naar mijn mening onmiddellijk aan wanneer iemand er niet echt bij betrokken is – of ze er nu ‘zijn’ of ‘niet’.

Alleen als zorgverleners er echt ‘zijn’ kunnen ze hun patiënten oprecht helpen ‘te zijn’ in het vreemde onbekende land. Letterlijk en figuurlijk.

Untire

We are inspired by years of treating cancer patients with the psychological and emotional effects of the disease. Untire was created by a group of specialized psychologists and researchers in the field of psycho-oncology. With our years of experience and knowledge we aim to add value to the lives of many cancer patients and survivors worldwide. We are a social enterprise and strive for maximum benefit of the patient.

All articles by : Untire